Priester-Missionaris André Saenen (85) even terug in Zonhoven

img_4270

Zonhovenaar André Saenen is nu 53 jaar priester. Tijdens zijn wijding was de Heuvenstraat vanaf zijn ouderlijk huis tot aan de kerk rijkelijk versierd. De straat stond vol met enthousiaste mensen. Maar André had als droom vooral om op missiewerk naar Afrika te gaan. Met de hulp van Zonhovenaren zette hij zich in voor jongeren die het moeilijk hadden in Frankrijk en Noord Afrika. Met enkelen van hen fietste hij zelfs een keer naar zijn geboortedorp Zonhoven.

Iets oudere Zonhovenaren kennen nog de grote wasserij ‘Blanca’ langs de Kleine Eggestraat in Zonhoven. Uit die nijvere familie komt ook priester André Saenen. De laatste zus die hard gewerkt heeft om de wasserij zo groot te maken, overleed begin dit jaar. Een droevige gebeurtenis die de missiepriester vanuit Marokko even terug naar Zonhoven bracht. “Ik ben nu de laatste die overblijft. Maar ik heb bewondering voor wat mijn broers en zussen allemaal gedaan hebben. Ze hebben hard gewerkt, en mij goed gesteund.”

André Saenen koos zelf voor het priesterschap. “Mijn grote droom was inderdaad om missiewerk te mogen doen. En zo trad hij in bij de Salesianen van Don Bosco. “Al kwam ik niet meteen in Afrika terecht, maar mocht ik eerst aan de slag gaan bij verschillende jongenstehuizen in Frankrijk. Veel was er daar trouwens niet om de jongens bezig te houden. Tijdens mijn priesterwijding had ik geen geschenken gevraagd, maar wel een bijdrage voor die tehuizen. Zo kwam het dat ik met een lading stripalbums, muziekinstrumenten, vismateriaal en fietsen naar ginder trok. Op die manier hadden de jongens iets moois om zich te ontspannen.” Eén keer fietste de priester met zestien van die jongeren van de Franse stad Chambéry helemaal naar Zonhoven. “We mochten blijven slapen bij de Fraters, en zo konden ze hier ook zien voor wie ik mij in Frankrijk inzette. Voor de jongens was het een ongelofelijk uitdaging om een hele week te fietsen over de heuvels naar België.”

Voetbalploeg

Vijf jaar lang werkte priester Saenen ook in Algerije. “Misschien niet makkelijk, want ik werkte er met jongeren die uiteraard  Islamitisch waren. Ze hadden mij op voorhand gevraagd niet te veel over godsdienst te spreken. Toch kwamen die jongens spontaan met een heleboel vragen naar mij toe. Wat kwam zo een priester in België precies doen? Zo had ik het toch regelmatig over het evangelie en de bijbel. Ik stichtte er een kleine voetbalploeg, te beginnen met dertig jongens. Maar het enthousiasme was snel zo groot dat er al vlug 300 jongens wilden meedoen.” Aan het Algerijns avontuur kwam echter abrupt een einde, toen president Boumédienne de vrije scholen ‘nationaliseerde’. De Selesianen van Don Bosco moesten vertrekken, waardoor ook André Saenen Algerije moest verlaten. “Met pijn in het hart.”

“Zo kwam ik wel terug in Frankrijk terecht, in de buurt van Lyon. Omwille van de ervaring en de taal die ik geleerd had, mocht ik met Noord Afrikaanse migranten werken. Het klikte prima, en van Zonhovenaren kreeg ik destijds 3.000 frank om de jongeren te helpen. Er werd een klaslokaaltje ingericht om ze te helpen met leren lezen en schrijven. Ik kocht ook een voetbaltafel om hen wat plezier te bezorgen. Tot mijn verbazing kreeg ik plots veel subsidies van de stad Lyon om de jongeren te helpen. Ons project raakte bekend, en ze vroegen me zelfs of ik niet in de politiek wilde stappen. Dat laatste heb ik wijselijk maar niet gedaan. Mijn priesterschap was mijn leven en werk.”

Marokko

Op tachtigjarige leeftijd kreeg André Saenen nog een opmerkelijk verzoek van de salesianen. Of hij niet tijdelijk in Marokko aan de slag kon? Daar was zijn hulp opnieuw nodig in een school. Het zou hooguit voor drie maanden zijn, tot een andere priester in opleiding zijn taken zou overnemen. Maar de drie maanden werden al snel jaren. “En vandaag ben ik er nog,” besluit de priester. “In de salesiaanse gemeenschap van Kénitra vangen we ook jongeren op die geen thuis hebben. Soms zijn ze dwars door de Sahara woestijn getrokken. Mijn voornaamste werk is dagelijks enkele uren met hen door te brengen, vrijetijdsactiviteiten te organiseren en hen aan te moedigen. Zij danken God voor de uitzonderlijke kans die zij gekregen hebben, en ze grijpen gretig hun kansen om te kunnen lukken in ons schoolproject. Hoewel ik al tachtig was, was dit missiewerk opnieuw een droom die in vervulling ging. Vandaag ben ik er 85, en doe ik dat nog altijd even graag. Bijzonder is hoe de jongens trouwens meeleven met het overlijden met mijn Zonhovense zus. De tranen rolden over hun wangen. Die nauwe banden nodigen mij telkens nog meer uit om me voor hen in te spannen. Of ik nog terug kom naar Zonhoven? Minstens één keer per jaar, maar je begrijpt dat het op mijn leeftijd niet makkelijk is om veel te beloven. Ik ben blij en dankbaar om wat ik al heb mogen doen, en ik hoop dat ik nog veel extra mag doen.”