Henri Peeters wordt deze maand 100

IMG_8414
Deze maand wordt Henri Peeters uit Zonhoven honderd jaar. Hij is meteen de eerste eeuwling van het nieuwe Woonzorgcentrum Dorpvelt aan de Kleine Hemmenweg.  Tot twee jaar geleden reed hij thuis zelf het gras af. Vandaag zijn de spieren misschien wat slapper. Maar met zijn geest kan hij nog moeiteloos vertellen over de meest bewogen momenten uit zijn leven. En een erg bewogen leven is het zeker.

Henri is afkomstig uit Godsheide bij Hasselt. De grootste ramp die daar ooit gebeurde heeft hij wel heel dichtbij meegemaakt. Op 14 februari 1941 kantelde een vlot op het Albertkanaal. 35 kinderen en twee volwassenen kwamen daarbij om. “Eén van die kinderen was mijn eigen broertje André. Hij was juist die dag dertien jaar geworden. Op de terugweg van school sloeg het vlot, en belandde hij samen met de andere kinderen in het water. Ze zijn hem daarna op paard en kar naar ons huis komen brengen. Hij lag levenloos op de kar, en het water droop nog van hem af. Zo ging dat in die tijd. Vergeten doe je dat niet, want nog elke dag denk ik aan hem.”

Erg bange momenten waren er ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Want net als alle jonge mannen werd Henri opgeroepen om mee te strijden. Hij belandde in de Elzas waar hij voor het vuurpeloton kwam. “Het kanon waarmee we de oprukkende Duitse troepen moesten tegenhouden was plots verdwenen. Meteen begon ik de omgeving te doorzoeken. Maar daardoor dachten andere soldaten juist dat ik een spion was. Een domme vergissing. Maar wel één die mij bijna het leven kostte, want ik kreeg het allemaal niet uitgelegd in het Frans. Ik werd prompt tegen een muur gezet en de bevelvoerder hees zijn arm naar boven. Verschillende soldaten trokken hun geweer in mijn richting. Ik weet niet hoe lang het allemaal geduurd heeft, en ik weet al helemaal niet meer wat er precies gebeurde. Zelf ben ik op dat moment alleszins weesgegroetjes gaan opzeggen. Misschien heeft dat me wel gered? In elk geval gingen de wapens plots terug naar beneden, en mocht ik weer vertrekken.”

Na de oorlog werkte hij in het gebied dat later Bokrijk zou worden. “Het eerste huisje ‘de Wellenshoeve’ heb ik daar nog helpen optrekken. Pas nadien zijn alle andere huisjes en gebouwen er bij gekomen. Maar vooral de natuur was mijn ding. De plannen voor het arboretum lagen jaren stil. Ik kreeg nadien de kans om de planten te kweken en er iets moois van te maken. Veel bomen die vandaag in Bokrijk staan, die heb ik destijds nog gezet.”

Henri was intussen ook in Zonhoven komen wonen. Zowel aan de Herestraat als aan de Kludweg heeft hij een huisje gehad. “Ken je die beroemde Zonhovense straatzanger Kee nog? Wel, die was ooit mijn buurman. Van alles wat er in het dorp gebeurde maakte hij liedjes, en die zong hij dan voor en na de mis. Zijn vrouw Betsy verkocht intussen de teksten aan alle toeschouwers, en dat was eigenlijk heel het dorp.”

Na zijn pensionering heeft Henri een groot deel van de wereld gezien. Landen als India, Brazilië, Mexico en Canada heeft hij allemaal bezocht. “Vooral de natuur bleef me boeien. Het laatste land wat ik gezien heb is Zuid-Afrika. Tot mijn 98ste heb ik zelf de tuin rond mijn huis onderhouden. Elke week ging hij nog naar de kerk in Ter Donk, en achteraf gingen we dan steevast iets drinken in ‘t Buske. Ja, dat mis ik toch wel een beetje. Hier bid ik nog veel, en eigenlijk is dat vandaag mijn hoofdbezigheid geworden. Wat het geheim is om zo oud te worden? Geen alcohol, niet roken en veel werken, denk ik. Zo is het bij mij toch gelukt, en daar ben ik heel dankbaar voor.”